Duizend Stukken

Voor de bijeenkomst van Vlammende Verzinsel van 25 juni '22, met het thema 'de Liefdesbrief' schreef ik het verhaal Duizend Stukken. 

Omdat ik nog zo weinig schrijf, loopt het niet zo soepel als ik zou willen. Misschien is het een schrijfoefening. Ik hoop toch dat je er van geniet.

 

 

 

Vermoedelijk wacht mij morgen de dood. Misschien is dat ook wel beter, na bijna 25 dienstbare jaren verwacht ik niet dat ik nog veel uit het seculiere leven zal halen. Zeker niet nu de schande op mij is neergedaald. Vijfentwintig jaar, waarin ik mijn lichaam en ziel heb toegewijd aan Haar. En Zij is ook goed voor mij geweest, net zoals mijn verschillende Virgo Vestalis Maxima. Als ik terugkijk op mijn leven en de vreemde wendingen die het heeft genomen, heb ik geen spijt en geen verdriet. Ik weet dat Zij me heeft vergeven. Dat heeft ze me verteld in mijn dromen. Het is mijn lot dat mij heeft overgeleverd aan de grillige jaloezie van één mens. 

 

Vanaf mijn vroegste jeugd was ik voorbestemd om Haar te dienen en heb ik geweten dat alleen mijn onbezoedelde reinheid Haar beschermende Vuur voor eeuwig zou laten branden. Maar wat niemand weet is dat juist Zij mij het Vuur gegeven voor jou mijn liefste. Want zij beschermde Huis en Haard, beschermde jou in de vele veldslagen, en juist Zij wist, dat zonder de Liefde het vuur zal doven. Zij heeft je naar mij geleid en ons ontvangen in Haar huis.

 

Ik zal je morgen niet verraden. Geen woord zal over mijn lippen komen. Ik zal je naam niet noemen en zelfs niet je bestaan. Ik zal zedig naar de grond staren en alleen maar dénken aan die ene heilige nacht. 

Ik weet niet of je deze brief ooit zult krijgen. Je bent al zoveel jaren zo ver weg, strijdend om nog meer land, nog meer macht voor onze Ceasar, nog meer glorie voor onze Keizer. En ik ben er trots op dat door mijn toewijding aan Haar, Zij je al die tijd heeft behouden voor rampspoed. 

 

Ik schrijf je deze brief, omdat ik niets liever wil dan dat je weet dat ik niets vergeten ben. Dat je altijd in mijn leven was. Al heeft onze passie zo kort gebrand en werd zij daarna diep begraven onder de plichten die wij beiden vervulden. Ik heb je liefgehad vanaf de eerste keer dat ik liep op de lange hete weg naar Camanea en jij daar als jonge soldaat met glanzende borstplaat fier in de houding stond. Vanaf het moment dat jouw scherpe ogen zich in mijn ziel boorden en ik struikelde en de kostbare kruik die ik moest vullen in de bronnen van Egeria in duizend stukken voor jouw voeten viel. 

 

Ja, ik heb je al die tijd liefgehad, iedere ochtend die ik langs jou liep, wetende vanuit onze heimelijke blikken dat jij net zo naar mij uitkeek als ik naar jou. In de luwte van mijn plichten dacht ik talloze keren aan je melancholieke blik, aan je trotse houding, aan hoe onze handen elkaar even hadden aangeraakt boven die duizend scherven.

Ik heb je liefgehad in de jaren die volgden, nadat je ineens verdwenen was, op weg naar je grote carrière. Weet je nog, de schok die door ons beiden heen ging, toen je voor je eerste grote Veldslag als tribunus laticlavius de zegen van Vesta halen kwam in de tempel en mij zag staan? Heeft mijn glimlach niet jouw eerste overwinning gebracht? 

 

Ik weet niet wie ons gezien heeft die nacht. Die nacht dat je terugkwam uit een van de verre oorden, de nacht voor je voor het eerst geëerd zou worden voor je heldendaden. Het zweet van de strijd en het stof van de lange reis droeg je als trofee. Mijn hart brak open en Haar Vuur vlamde hoog. 

 

Ik weet niet wie heeft gezien dat ik je vermagerde wangen en je gefronste voorhoofd met het heilige water heb gedept. Ik weet niet wie heeft verraden dat je mijn hand pakte en ik moest huilen toen ik de dood en eenzaamheid in je ogen las. 

Wie het ook gezien heeft, niemand weet hoe jouw harde strakke lippen langzaam zacht en vol werden. Niemand heeft gevoeld hoe onze lichamen alles vertelden zonder dat wij ooit woorden hebben gewisseld. 

Sinds ik verraden ben, vraag ik mij dagelijks af wie heeft gezien dat wij onder de ogen van Vesta zelf, in de schaduw van Haar aanwezigheid, elkaar beminden.

 

Sinds ik werd ontboden door de Pontifex, heb ik bijna niet meer geslapen. Naïef als ik ben, dacht ik dat hij me de nieuwe Virgo Vestalis Maxima zou benoemen, omdat Coela Concordia niet lang meer te leven heeft. Maar zijn gezicht was donker en hard en ik werd gegrepen door zijn hoofdarts en gedwongen ruw onderzocht. 

‘’Het is waar! Ze is geplukt!’’

Zo zei hij het, geplukt! 

De Pontifex keek zwijgend toe terwijl ik wanhopig mijn kleed fatsoeneerde. 

‘’Welke schoft heeft jou bezoedeld,’ siste hij uiteindelijk, ‘’en wat een slet ben jij om hem toe te laten. Je hebt niet alleen Vesta beledigd, maar onze hele natie, onze gevestigde orde, ons Grote Rijk  in gevaar gebracht. Een schande, een schande voor alle maagden, je bent een schandevlek voor jouw hele familie en de generaties die nog zullen volgen,” zei hij. 

Dat zei hij mijn lief. Vijf jaar voor ik ontheven zou worden van mijn toewijding. Vijfentwintig jaar waren op slag niets meer waard, mijn toegewijde leven nutteloos verklaard. Onze prachtige ontmoeting, die ik al die jaren heb gekoesterd, die mijn vingers hebben geleid als Zij Haar Vuur in mijn lenden deed branden, onze woordeloze liefde, werd in een fractie van de eindeloze tijd afgedaan als een vulgaire en weerzinwekkende zonde. 

 

Morgen zal ik worden veroordeeld, publiekelijk. Ik zal worden ingemetseld, daarover heb ik geen twijfel. Daarom schrijf ik je nu. Mijn laatste nacht. Ik heb geen spijt. Ons Vuur van die nacht, heb ik net als haar Vuur al die tijd laten branden. Ik wil dat je dat weet. Met dezelfde toewijding heb ik jou gekoesterd. En ook nu, in mijn laatste eenzame uren, denk ik alleen nog aan jou.

 

Ik voel nog steeds jouw lippen gloeien op mijn tepels. En als ik heel stil lig is het net of ik je warme adem langs mijn nek voel gaan. Alles weet ik nog, iedere seconde, alles wat je woordeloos met me deed. Je zachte en toch dwingende vingers die hun weg vonden naar de plekjes die ik zelf nooit had durven aanraken. Als ik mijn ogen dichtdoe, voel ik zelfs weer het koele marmer van de pilaar tegen de brandende huid van mijn rug. Ik ruik de geur van onze opwinding, die maakte dat onze handen, onze benen, onze lichamen, met geen mogelijkheid nog konden stoppen. 

 

In het zwakke licht van de kaars in deze laatste nacht, zie ik in de schaduwen op de muur hetzelfde wat ik zag die nacht op Haar marmeren muren. Terwijl je mijn kleed omhoog schoof en je je lichaam tegen me aan drukte, werden twee contouren als één op de muur. Er was geen onderscheid meer tussen jou en mij, onze lichamen werden als één geprojecteerd. 

Ik wist niets, niets van wat mannen en vrouwen doen mijn en toch wist mijn lichaam precies hoe ze jou kon ontvangen, gleed je als vanzelf bij mij binnen en vouwde ik mijn benen om jouw lichaam om je nog dieper in mij op te nemen.

En het meest ontroerende moment, dat je grommend in mijn nek beet en je jouw hete vocht aan mij gaf, staat in mijn geheugen gegrift. Als ik denk aan hoe je langzaam langs mijn dijen vloeide, knijpt mijn maag zich samen. Ik heb je geproefd toen, opgezogen via mijn huid en met mijn vingers naar mijn lippen gebracht. Opdat ik geen enkel zintuig onbenut zou laten, wetende dat dit onze eerste en laatste nacht zou zijn.

 

Wie heeft de schoonheid van die nacht verraden? Wie heeft al die jaren ons als een stil geheim gedragen om op het moment dat ik benoemd kon worden als de Virgo Maxima onze stilte op tafel te gooien?

Ik weet het niet mijn lief. Het is ook niet meer belangrijk. Alles wat ik nu nog wil, is dat jij weet hoe ik je heb liefgehad. En dat ik voor eeuwig rusten zal met jouw naam op mijn lippen.

 

Tot in de eeuwigheid,

Uw Vestaalse dienares Floriana

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0