Slaapmiddelen

De herfst is weer in ons midden en kousendag heb ik inmiddels weer gevierd (kousendag: de dag dat het weer volledig is geoorloofd om mijn kousen te dragen, zoiets als een omgekeerde rokjesdag). Het is fijn ze weer te dragen, het is natuurlijk totally twisted me nog meer vrouw te voelen omdat ik kousen draag. Want mijn vrouwelijkheid zit niet in mijn kousen, maar in mijn hoofd.

De herfst is weer in ons midden en kousendag heb ik inmiddels weer gevierd (kousendag: de dag dat het weer volledig is geoorloofd om mijn kousen te dragen, zoiets als een omgekeerde rokjesdag). Het is fijn ze weer te dragen, het is natuurlijk totally twisted me nog meer vrouw te voelen omdat ik kousen draag. Want mijn vrouwelijkheid zit niet in mijn kousen, maar in mijn hoofd. Evenwel koester ik mijn kousen die uiting geven aan mijn hoofdelijke gekkigheid. Lustgenoot reageert enthousiast op mijn eigenaardigheden en zolang we het er over eens zijn, hoor je ons niet klagen over onze fetisjen.

 

Met de herfst is ook de vochtigheid van het leven weer ingetreden. De aarde ruikt verukkelijk naar rottende stervende bladeren in de vroege ochtend als ik met heertje Z en juffrouw T. door de polder banjer. Circle of life enzo.

Nu houd ik verder helemaal en totaal niet van regenachtig en grijs weer, vooral niet als ik buiten moet lopen en dat doe ik nogal eens. In de vroege ochtend kan ik het wel hebben, maar niet overdag in de grijzige vochtige lucht, met mijn eyeliner en hakjes. 

 

Gelegen onder het schuine dak van de slaapkamer van Lustgenoot, terwijl ik luister hoe de regendruppels tegen de dakpannen slaan, is weer een geheel andere kwestie. Dan hou ik van de herfst. Wakker worden in de nacht van de zwepende striemen tegen het raam, terwijl ik de warme rug of kont van Lustgenoot tegen me aan voel ademen: ik vind dat heerlijk. Ik zou er bijna de wekker voor zetten.

Vorige week bleek die wekker niet nodig. Midden in de nacht lag ik al een uur te luisteren naar zijn ademen (ik word daar uitermate rustig van) en de regen buiten. Zijn lijf lag om mij heen en ik laafde me aan zijn warmte. Als een mens zo wakker ligt (soms van gepieker, maar daarvan was deze keer geen sprake, het was gewoon wakker van de overmatige energie waarmee ik kamp), dobberen de gedachten alle kanten op. Dat gedobber is vaak mijn inspiratie: ik laat mijn vreemde brein alle kanten opgaan zonder restricties. Want als ik dan toch wakker lig, dan benut ik die tijd graag door nieuwe verhalen te bedenken. 

 

Met buiten zo nat en binnen zo warm zacht en droog, met dat heerlijke lijf naast mij en een dobberend hoofd, tja, u begrijpt, dat kan met Liza nooit lang goed gaan. Ik ben nu eenmaal iemand die gedijt in contrasten.

Binnen de kortste keren was ik interhoofdelijk verwikkeld in hete vrijpartijen, in korsetten rondparaderende schoonheden en opbeurende standjes. Ik wilde wel stilletjes daar liggen, maar ontkwam niet aan een met de heupen opwaartse krul tegen zijn bovenbeen, me verlustigend aan mijn eigen fantasie. 

 

Zelfs in zijn slaap was het Lustgenoot niet ontgaan. Ook hij werd wakker.

‘Liza, lig je je nou op te geilen tegen mij aan, midden in de nacht?’ voreg hij slaapdronken verbaasd. ‘Betrapt,’ zei ik zonder enig schuldgevoel. 

‘Je kan me toch wakkermaken?’

‘Vond het juist zo lekker zo...’ en krulde nog eens extra dicht tegen hem aan. 

‘Ik heb een heel nieuw verhaal bedacht,’ begon ik. Lustgenoot liet zich niet vangen, die zag al voor zich hoe ik een uur lang mijn verhaal tegen hem aanratelde terwijl hij wilde slapen, of vrijen, of allebei, in willekeurige volgorde.

‘Uh huh, leuk, vertel morgen maar.’ Ik hield wijselijk mijn mond, draaide mijn kont tegen zijn schoot en probeerde een zweempje slaap terug te vinden in het gekletter van de regen tegen ons raam.

 

Zijn hand schoof tussen mijn borsten, zijn heupen tegen mijn kont (die kun je niet missen). Ik werd er geil van, en dus onrustig, al deed ik mijn best stilletjes tegen hem aan te liggen. 

Het ging zeggen en schrijven een minuut of tien goed. Daarna werd het onhoudbaar.

‘Kun je niet slapen schatje,’ murmelde hij tegen mijn rug aan.

‘Hm, ik weet wel een slaapmiddeltje,’ fluisterde ik terug. 

Ik weet,’ zei hij en liet zijn hand zachtjes over mijn buik tussen mijn benen glijden.

Commentaar schrijven

Commentaren: 0