De Bevrijding - Workshop 30-07-2016:

Voor de bijeenkomst van 30 juli 2016 is het thema: maak een erotisch verhaal bij deze foto. Het mag minimaal 500 en maximaal 2500 woorden bevatten. Na een heerlijk schrijfweekend met mijn Lief, en geinspireerd door Aletta Jacobs (don't ask), schreef ik dit romantische emotionele verhaal. Te lang, want het bevat 3230 woorden. maar ik kreeg het niet over mijn hart het in te korten.

 

De Bevrijding

In het jaar dat de eerste vrouw daadwerkelijk gebruik maakte van het in 1919 ingevoerde algemeen kiesrecht voor vrouwen, werd ik geboren. Het was 1922. 

Mijn tante, Aletta Jacobs, begeleidde mijn aan haar gezin toegewijde moeder als arts. Ondanks de enorme verschillen tussen de twee zusters, waren ze elkaar zeer toegenegen. In tegenstelling tot tante Aletta, die op de barricades stond en vocht voor de rechten en vrijheid voor alle vrouwen, koos mijn moeder voor het gebonden Joodse moederschap. Ik was pas zeven toen mijn tante overleed, maar oud genoeg om me te herinneren wat ze altijd tegen me zei:
‘’Volg je hart, Charlotte, laat geen man jou vertellen hoe jouw hart kloppen moet.”

 

Mijn vader had een kousen- en garnituren winkel op de respectabele Fahrenheitstraat in Den Haag. De zaak draaide goed, we woonden op een steenworp afstand van de winkel en genoten als welgestelde middenstanders enig aanzien in de buurt. Het leven ging ons voor de wind, ook al werden we in sommige kringen gemeden, omdat het algemeen bekend was dat tante Aletta familie was. Haar open huwelijk, het stalken van premier Thorbecke en de bekendheid die ze kreeg als eerste Nederlandse die afstudeerde aan de Groningse universiteit, haar artsenpraktijk met spreekuren voor voorbehoedsmiddelen voor vrouwen en haar dwingende toespraken voor meisjesscholen om vooral te gaan studeren, maakten haar niet erg geliefd onder de gevestigde orde van het conservatieve Den Haag.

 

Mijn moeder werkte nooit mee in de winkel van mijn vader. Dat kon ook niet, met acht kinderen had ze het druk genoeg. Maar ik vond het van jongs af aan heerlijk om er rond te hangen na school. Grote rollen gekleurd lint en kant lagen op kleur in de grote muurstellingen. Aan de achterkant van de zaak, achter een zwaar velours gordijn, was de kousenafdeling. Toen waren alle kousen nog van zijde, wol en katoen, nylon kwam pas na de oorlog. Het glijden van de zijden kousen in mijn hand als ik iets aan moest geven aan Trees, een mollige weduwe die tegen de veertig liep en onze oudste bediende was, bezorgde me altijd kippenvel.

 

Mijn ouders waren ingetogen en hoewel ze een totaal ander leven leidden dan mijn moeders illustere zuster, waren ze liberaal in hun opvattingen en gaven mij als meisje alle kans op te bloeien en mijn zelfstandigheid na te streven. Waar mijn leeftijdsgenootjes rond hun zeventiende werden gekoppeld aan ‘’goede jongens’’, stoomde mijn vader mij klaar om de winkel later over te nemen. 

Ons gezin was hecht, liefdevol en stabiel. We hadden geen geldzorgen. Ik voelde me veilig en keek vol vertrouwen naar een succesvolle toekomst. Thuis werd er wel gesproken over de politieke ontwikkelingen in de wereld, zoals de kristalnacht, en de mobilisatie die gaande was. Maar als toen zeventien-jarige had ik geen benul van de ernst van iets dat zich ver weg leek af te spelen. Ik werd achttien op 10 mei 1940. Op die dag werd mijn beschermde liefdevolle leventje weggevaagd door de branden in Rotterdam, waarvan ik het schijnsel aan de horizon kon zien vanuit het dakraam van ons huis.

 

Binnen een paar maanden raakten mijn ouders alles kwijt wat zij hadden en ik dus ook. Ons gezin viel uiteen. Mijn ouders werden gedeporteerd. Ik vluchtte van onderduikadres naar onderduikadres en overleefde ternauwernood een razzia waarbij ik werd neergeschoten en op het nippertje werd gered door dappere omstanders. 

Alleen mijn oudste broer kon ik na de vijf martelende jaren van de oorlog omarmen, de rest van mijn familie was opgeslokt door de oorlogsmachine en keerde niet meer terug uit de kampen.

 

Tijdens de oorlog werd onze winkel verpand aan de kunsthandel van Anton, die het benutte als opslagplaats en daar kostbare werken verstopte voor de honger van de nazi’s. Nooit had ik kunnen bedenken dat Anton, de jonge knappe eigenaar, mijn jeugd al die jaren wist te bewaren en het mij teruggaf op een moment dat ik het ongelooflijk nodig had.

 

In de vooroorlogse jaren was ik een snelle leerling geweest en op het Gemeentelijke Gymnasium mocht ik zelfs een klas overslaan. Ik was dus net zeventien toen ik eindexamen deed. Ik wilde heel graag naar de Hogere Handelsschool, maar die deed erg moeilijk over mijn toelating. Zodoende had mijn vader het op zich genomen mij zelf op te leiden tot een waardige opvolger van zijn winkel en was ik er dagelijks te vinden.

Een paar weken na mijn eindexamen stond ik met Trees een kop thee te drinken op de zonnige stoep. Hoewel ik Anton natuurlijk wel kende van gezicht, had ik nooit echt met hem gesproken. Die dag kwam hij naast ons staan en babbelden we wat over het mooie weer. Een vaste klant noopte Trees met haar naar binnen te gaan, mij veelbetekenend aankijkend dat ik ook snel moest komen en niet moest staan kletsen op de stoep met een ongetrouwde man.

 

Zodra Trees uit zicht was, veranderde Anton van gespreksonderwerp en sprak mij persoonlijk aan. 

“Dus je bent niet alleen verdomde knap, maar ook nog eens verhipte slim? Charlotte heet je toch? Ik hoor dat je later de zaak hier gaat overnemen. Geweldig! Het wordt hoog tijd dat vrouwelijke ondernemers zich laten zien. Je vader is trots op je hoor, en terecht.” 

Ik bloosde om mijn onthulde ambities. 

“Onze kunsthandel bestaat al 30 jaar, ook ik heb mijn vaders zaak overgenomen,” vervolgde hij. Mijn hart sprong op door de ontdekking dat we iets gemeenschappelijks deelden.

“Dus Kunst zit in de familie? Dat is echt heel mooi,” fleemde ik, onder de indruk van zijn uiterlijk en zijn zelfverzekerdheid.

“Meer dan dat, schone Charlotte. Wist je niet dat mijn achternaam Mauve is? Mijn grootvader was de bekende Anton Mauve, van de Haagse School, en mijn oma was de nicht van Vincent van Gogh. Ach, misschien zegt je dat niets. Mijn vader had niet het grote talent van mijn opa, maar ik kan best verdienstelijk schilderen, al zeg ik het zelf. Ben je nooit bij ons binnen geweest? Moet je eens doen, dan zal ik je wat werk van mijzelf laten zien. Ik heb een klein atelier achterin.”

 

Pas aan het begin van de herfst durfde ik het aan. In de zomer keek ik uit naar onze praatjes op de stoep, enkele keren per week. Zodra Trees zijn hoofd tevoorschijn zag komen, was ze er als de kippen bij om mij te chaperonneren. Ze had wel in de gaten dat mijn bakvis-fantasieën over de knappe mondaine Anton steeds grotere proporties aannamen. Maar pas toen het weer guur werd en de wollen kousen weer aan moesten en de stoepgesprekjes wegvielen, raapte ik mijn moed bij elkaar het atelier te bezoeken na werktijd. Ik had thuis verteld dat ik naar een voorlichtingsavond zou gaan van de  SDAP. Maar in plaats daarvan glipte ik nerveus de winkel binnen van de vooraf ingelichte Anton.

 

Buiten schemerde het en de lampen in het atelier waren al aan. Het was een kleine ruimte, net genoeg voor drie of vier doeken die op een ezel stonden uitgestald. Overal lagen met verf besmeurde lappen en stonden er potjes met kwasten in terpentine. Eigenlijk precies wat je van het atelier van een kunstschilder mag verwachten. De doeken waren afgedekt met verknipte witte lakens.

Hoewel ik niet niet op mijn mondje was gevallen, wist ik niet wat ik moest zeggen en stond ik wat verloren om me heen te kijken. Anton liep zenuwachtig heen en weer.

“Nou, leuk zeg, dat je er bent. Ik wacht al de hele zomer op je bezoek. Wil je wat warme anijsmelk?”

Met de beker tussen mijn koude vingers zat ik op de punt van een soort podium. 

“Waar is dit dan voor?” vroeg ik om maar iets te zeggen te hebben. 

Ik wist alles van cijfers en handelsbalansen en inkooptechnieken en kousen, maar van kunstschilders had ik geen flauw idee.

“Daar staan mijn modellen op. Kijk, het licht van de ramen valt precies op het midden van het platform. Nu is het al donker, dus zie je dat niet zo, maar ik schilder graag in het herfstlicht, het accentueert de schaduwen en de vormen van de vrouw.”

‘’Hoe ziet dat er dan uit, zo’n schaduwvrouw?”, vroeg ik nieuwsgierig.

“Ik wil je wel wat werken laten zien, maar dan moet je me wel beloven dat je niet schrikt hoor. Je bent nog jong en van goede komaf dus je zult er niet vaak mee te maken hebben.”

“Wat en waarmee te maken hebben?” 

Ik kreeg het er een beetje warm van. Anton was zo mondain en wist overal van, ik voelde me heel onwetend.

“Nou, met naaktheid en erotiek en de schoonheid van de vrouw,” zei hij zacht. 

Ik stond op en liep met bonzend hart naar een van de ezels. Voorzichtig pakte ik de punt van het bedekkende laken. 

“Ik wil het wel zien hoor, ik ben wel wat gewend,” loog ik om niet over te komen als een naïef kind.

 

Het olieverfschilderij was nog niet af. De vrouw was vol en groot. Haar haar hing los op haar rug en ze had alleen een openhangende peignoir aan. Haar vormen waren levensecht afgebeeld. Haar volle dijen en haar ronde borsten waren belicht, de rest van haar lichaam was in een lichte schaduw omhuld. Het zachte licht verraadde liefde en respect. Ik was sprakeloos. 

“Vind je het mooi?” 

Anton stond nu achter me en de lucht die hij verplaatste met zijn stem streek langs mijn oor. Ik voelde me ongemakkelijk en tegelijkertijd wilde ik niets liever dan dat dit moment eeuwig zou duren. En wat nog meer was: ik wilde dat hij net zo teder naar mij zou kijken als hij naar dit model moest hebben gekeken.

 

“Ik heb nog nooit zoiets moois gezien,” fluisterde ik ademloos. 

“Ik wil dit ook Anton. Ik wil dat je mij ook zo schildert.” 

Ik had het gezegd voor ik er erg in had. Anton hield even zijn adem in, zijn lippen vlakbij mijn nek. 

“Je bent te jong, mooie Charlotte, het zou niet goed zijn.”  

Zijn stem was hees en zijn tweestrijd klonk er doorheen. 

“Maar ik wil het Anton, ik wil dat je me schildert! Toe, ik zal het niemand vertellen, niemand zal het weten.” Ik zeurde net zolang tot zijn weerstand brak.

In twee weken tijd benutten wij ieder moment dat ik weg kon zonder vragen – mijn ouders hadden het veel te druk nu het kousenseizoen weer was begonnen.

Ik kwam stilletjes binnen, vouwde mijn kleding behalve mijn zwarte wollen kousen over de stoel en zat dan nerveus op hem te wachten terwijl hij de verf mengde. Ik vond het heerlijk zo te zitten kijken naar hem. Af en toe keek hij op en glimlachte naar me. Als hij klaar was en het laken van de ezel aftrok, was dat voor mij het startsein om met mijn rug naar hem toe te gaan staan, tegen de stoel aan geleund. Terwijl ik zo mijn kuise naaktheid aan hem prijsgaf, vulden mijn gedachten zich met romantische beelden. In mijn onschuld had ik geen idee hoe dat eruit zou zien of hoe dat zou gaan. Ik beeldde me in hoe hij me zou kussen, hoe hij mijn haar zou strelen en hoe we uiteindelijk zouden trouwen, in het zonlicht met een witte wijde jurk en met bloemen in mijn haar. 

Mijn lichaam reageerde sterk op zijn kunstenaarsblik, ik voelde me gestreeld door zijn ogen. Nooit had iemand zo naar me gekeken en nu weet ik ook dat nooit iemand ooit nog zo naar me zal kijken.

 

Slechts één keer heeft hij me aangeraakt. Het was de laatste sessie. Anton was geagiteerd en chagrijnig. Klaarblijkelijk stond ik niet helemaal in de juiste positie en het lukte me niet zijn aanwijzingen op te volgen tot een bevredigend beeld. Met grote stappen liep hij op me af, de kwast tussen zijn tanden, en draaide om me heen. 

“Maak je rug eens hol.”

Terwijl hij dat zei, legde hij zijn ene hand op mijn onderrug en de andere in de vouw van mijn buik en benen. 

“En je billen achteruit, kijk, zo bedoel ik”. Hij duwde mijn heupen in de juiste positie. De warmte van zijn hand gaf een schok. Anton liet zijn hand op mijn onderrug langzaam afglijden naar de ronding van mijn maagdelijke billen.

“Wat ben je zacht en lief Charlotte,” fluisterde hij, “je huid is zo glad en mooi...ik...”

Abrupt liet hij me los, liep terug naar de ezel en schilderde in een moordend tempo met woeste penseelstreken het laatste deel van ons samenzijn. Hij liet me daar staan, buiten adem, met fysieke sensaties die ik totaal niet begreep.

 

In de eenzaamheid van mijn bed, tussen de koude lakens, gloeide de plaats waar zijn hand had gestreeld nog na. Ik volgde de vouw tussen mijn buik en benen, waar hij me had vastgehad. Mijn adem versnelde en voor het eerst in mijn jonge leven raakte ik mezelf aan tussen mijn benen. Ik wist niet precies wat ik deed, maar ik wist wel dat het heerlijk was toen ik mezelf opende en mijn vingers naar binnen liet glijden. Met mijn andere hand wreef ik over het knopje daarboven, dat brandde en klopte en om aandacht vroeg. Die avond had ik mijn eerste orgasme, met het mooie gezicht van Anton voor ogen en denkend aan die handen, die zoveel werkelijkheid wisten te transformeren in een geschilderde droom. 

 

Nu de sessies waren afgelopen, zagen wij elkaar bijna niet meer. We groetten elkaar opgelaten als we de winkel openden, ons bewust van de onmogelijkheid van een verder contact. Het schilderij heb ik toen nooit gezien. Ik leerde die winter van 1939 wat verlangen betekent, en hoe een vrouw zichzelf kan behagen. Bijna iedere avond masturbeerde ik, denkend aan Anton en hoe hij naar me had gekeken. En in de vreselijke jaren die volgden, heeft die warmte me door veel ellende heen getroost.

 

Twee jaar na de oorlog lukte het mijn broer en mij, met veel omwegen en een enorme bankschuld, het pand van mijn vader terug te krijgen. Ik was zo blij, de dag dat we de sleutel kregen! Mijn ontwikkeling als vrouw had stilgestaan. Met mijn broer was ik alleen maar bezig het trauma van de oorlog te overwinnen en we werkten zestien uur per dag om ons leven weer op te bouwen. Onze plannen waren duidelijk en concreet: een kousen en lingerie winkel voor de gefortuneerde dames in het Staatskwartier.

 

Onze ooit zo bloeiende winkel was aan de buitenkant verwaarloosd en we wisten dat het enkele weken fysieke arbeid betekende om alles in de oorspronkelijke hetzij gemoderniseerde staat te herstellen. Stil stak ik de sleutel in de deur, overvallen door de emoties van het moment.

Pas de volgende ochtend ontdekte ik dat in de ruimte achterin, waar ooit de kousenafdeling was geweest, nog enkele doeken stonden van Anton Mauve junior. Op een van de ingepakte doeken zat een envelop geplakt, waarop mijn naam stond geschreven. Met trillende handen pakte ik het uit. Voor mijn neus lag het mooiste wat ik in jaren had gezien: mijn jonge onschuldige lichaam, geleund tegen een later ingeschilderde schouw. Het licht, de details, de aandacht voor iedere penseelstreek, mijn jeugd en mijn ontluikende vrouwelijkheid die het onthulde: alles resoneerde in mijn hart en maakte het verlangen naar een leven als vrouw wakker. Terwijl ik dacht aan de woorden van mijn dappere tante Aletta, “Volg je hart Charlotte, laat geen man jou vertellen hoe jouw hart kloppen moet”, stroomden mijn tranen heet langs mijn wangen. 

 

Ik rende naar buiten, bonsde op de ramen van de kunsthandel naast ons pand, en schreeuwde:
“Anton, Anton, ik ben het, Charlotte, ik ben terug!”

Een grijzende man deed open, met gebogen schouders en een kleurloos gezicht. Het duurde even voor ik hem herkende.   

“Charlotte,” huilde hij. Ik zag pas dat hij het was toen we elkaar aankeken en ik het leven terug zag keren in zijn ogen.

Nadat we elkaar minutenlang hadden omarmd, huilend in stilte, pakte Anton mij bij de hand en leidde mij naar het atelier dat duidelijk niet werd gebruikt zoals vroeger.

Zwijgend haalde hij de lakens van de vier ezels die daar nog stonden. Op ieder doek had hij mij geschilderd. In verschillende posities, met en zonder kleding, maar allen in het liefdevolle tedere licht waar ik toen zo naar had verlangd.

“Ik heb nog tientallen doeken, Charlotte, allemaal van jou. Na jou heb ik nooit meer een andere vrouw geschilderd, je hebt me betoverd. En nu ben je hier, in het echt.” 

Ik streelde huilend ieder doek.

Hij pakte een schoon wit canvas, zette het op de ezel en trok in alle rust zijn overall aan.

Als vanzelf liep ik naar het kleine podium, trok mijn kleding uit behalve mijn – nu zijden – kousen en boog me voorover over de stoel, met mijn billen naar hem toe. De schaamte over de littekens op mijn lichaam en ziel verdween zodra ik zijn liefkozende blik over mijn lichaam voelde glijden.

 

Na een uur legde hij met een zucht zijn palet neer. Ik durfde hem niet aan te kijken, bang dat mijn ogen mijn intense verlangen naar zijn aanraking mij zouden verraden. Anton kwam heel dicht bij me staan, met de kwast tussen zijn tanden. Heel langzaam, aarzelend bijna, streelde hij de ronding van mijn billen, langs mijn dijen en rug. Zijn handen schilderden het leven in mij terug. Ik was ontroerd, geraakt, opgewonden en volslagen overgeleverd aan hem.

 

“Charlotte...is het geoorloofd?” Hoewel ik nog maagd was, al was ik nu 25, had ik de afgelopen jaren voldoende om mij heen gezien om te begrijpen wat hij bedoelde. Ik keek schuin opzij, naar zijn gezicht dat van kleurloos en grijs naar stralend was getransformeerd.

“Anton, al die jaren heb ik van jou gedroomd. Ik ben van jou, maak me de jouwe,” fluisterde ik aangedaan.

Met dezelfde tederheid waarmee hij mijn jeugd op het doek had vereeuwigd, streelde hij mijn lichaam zoals ik het zelf niet had kunnen dromen al die jaren. Nadat hij zijn overall had uitgedaan en op zijn knieën ging en mijn benen spreidde en mij kuste en likte en dronk en ik bijna huilend in een dromerige extase raakte, omarmde hij plotseling mijn lichaam en legde mij op de grond.

Met onze ogen in elkaar verzonken, voelde ik hoe zijn warmte mijn vrouwzijn, die ik had opgesloten in koude eenzaamheid, bevrijdde.
Het deed geen pijn, instinctief opende ik mijn lichaam voor hem en gleed hij bij mij binnen.

Pas toen zijn kloppende lid diep in mij was, werden we overvallen door een bijna dierlijke passie. Hij gromde, ik kermde, hij stootte, ik drukte hem tegen mij aan met mijn benen, hij beet in mijn nek, ik trok diepe voren met mijn nagels in zijn rug. Steeds sneller, steeds heftiger, steeds wilder, namen wij bezit van elkaar.

Als een veenbrand die jaren heeft gesluimerd en nu eindelijk voldoende zuurstof krijgt, bedreven wij de liefde op de houten vloer en beschilderde hij mijn lichaam met de sappen die wij samen produceerden. Tussen de blauwe plekken van de houten vloer en mijn littekens van de oorlog, tekende hij met zijn zaad overal zijn signatuur op mijn gehavende ziel.

 

Ik ben niet meer bij hem weggegaan en het doek staat nu als een trotse liefdesverklaring in de etalage.  Het conservatieve Den Haag spreekt er wel eens schande van. Maar onze handel in erotische schilderkunst, die we de naam ‘Aletta’ gaven, bloeit sindsdien als nooit tevoren.

Commentaar schrijven

Commentaren: 3
  • #1

    Hans Bakker (zondag, 10 juli 2016 20:52)

    Voor nu zeg ik alleen maar: Wauw Liza, wat mooi!
    De 30ste heb ik er wellicht nog wat meer aan toe te voegen :-).

    X, Hans

  • #2

    Marga (donderdag, 14 juli 2016 09:14)

    Wat een prachtig geschreven verhaal echt WAUW

  • #3

    Sandra (vrijdag, 29 juli 2016 18:56)

    Ik kan er niet bij zijn de 30ste, maar wil toch even zeggen dat ik het een prachtig verhaal vind. Erg mooi.