Over Pijn en andere heerlijkheden

Pijn en Genot. Twee zijden van een medaille, slechts gescheiden door een flinterdunne rand. Voor sommigen in deze wereld, liggen pijn en genot op dezelfde zijde van de medaille. Het heeft mij lang gebiologeerd, hoe het komt dat voor de ene mens pijn een gruwel is en voor de andere het walhalla.


Ik las er talloze boeken over, zag weerzinwekkende en lustopwekkende filmpjes, sprak met mannen en vrouwen en met gevers en ontvangers. Op de snede van deze experimenten en de tijd heeft zich een onwetenschappelijk niet-onderbouwde theorie ontvouwen in mijn hoofd en hart.


Voor mijzelf heb ik dat gevoel allang over boord gezet. Dat gevoel van ‘abnormaal’ bedoel ik. Wellicht omdat ik nu weet dat het echt onoverkomelijk en onvermijdelijk is dat ik – proefondervindelijk- behoor tot dat x% van de wereldbevolking die geniet van pijn.


Ik weet nu ook dat pijn – zoals iedere stof, daad of handeling die adrenaline, endorfine, dopamine en/of aanverwanten losmaken in het lichaam – verslavend werkt. Dat ik het gevoel van ‘abnormaal’ achter me heb gelaten, is met name te danken aan inzicht over de werking van pijn en mijn ontwikkeling daarin.

Ik ben namelijk altijd zo geweest, zo lang ik mij kan herinneren. Onervaren en jong als ik was, vertaalde ik dit als een zucht naar aandacht en drama. Alsof de emotionele pijn het verlangen naar fysieke pijn kon overstemmen. De wereld was zo grijs, zo middelmatig, zo troosteloos dat ik het onverdraaglijk vond. Dus drama maakte ik, aandacht eiste ik op. Maar het gat in mijn ziel leek onverzadigbaar. 

Toen ik later vriendjes kreeg, ging ik steeds een stapje verder.  Ik tergde mijn lovers, strooide al mijn magische drama over hen uit, maakte ze gek zover en zoveel als ik ze kon laten gaan. In de hoop (die ik alleen in mijn dromen verbeelden kon) dat ze zouden doorslaan. Letterlijk – dóór slaan. Maar ze bleken veel te lief, te geduldig, zelf te jong en te onervaren. In de loop der jaren ging ik dan ook steeds verder en gewaagder met mijn vriendjeskeuze. Hoe bruter, hoe emotionele onbereikbaarder, hoe botter, hoe meer ze mij emotioneel klem zetten – hoe meer ik hen liefhad. Het was niet fijn. Ik leed. Ik snakte naar leed. Hoe meer leed, hoe minder ik geconfronteerd werd met mijn eigen abnormaliteit. Ze maakten mijn lijden legitiem.
Nu, toch heel wat ervaringsjaren later, heb ik de magie om het gat in mijn ziel te helen een plaats gegeven.

Zoals gezegd: een onwetenschappelijke niet-onderbouwde theorie.
Sommige mensen in deze wereld hebben van de natuur verslavingsgevoelige genen ontvangen. Het is maar net, wat de genetische belasting is en waarmee we in aanraking komen. Drank, nicotine, drugs in alle vormen en maten, seks, gokken, voeding, religie – het komt allemaal op hetzelfde neer. We willen ontsnappen aan de grijze, middelmatige, tekortschietende realiteit. We denken ons zielsbeperkende ego te ontstijgen en zo een plek te vinden in het universum waar we ons goed voelen. Maar we verdoven slechts de onverdraaglijkheid. Tijd voor verdere stappen!

Ik constateerde, na jaren gedoe en gedinges, dat mijn Lust en pijnverlangen onverminderd was. Ik had het geluk daarbij, in verschillende fasen,  twee heel bijzondere mensen te ontmoeten die mij daarin begeleidden, spiegelden, vergezelden, omarmden. Bewust en onbewust, gewild en ongewild. Ondertussen las ik alles wat los en vast zat over de onderwerpen Lust en Pijn. 

Zo leerde ik dat de pijngrens van ieder mens verschillend is en dat er – net zoals bij temperatuur – zelfs een ‘schaal’ bestaat. Ik leerde over alle stoffen die het lichaam zelf aanmaakt als reactie op pijn en ik leerde dat neurotransmitters een cruciale rol spelen in de individuele pijnbeleving. Ik leerde over Lust en Genot als meditatie en welke levensvormende rol dit speelt in het algemeen gevoel van geluk. Ik las over meditatieve pijn die loutert, zoals griezelige yoghi’s die stalen pennen door wang of tong boren en over monniken die zichzelf tot bloedens toe kastijdden. 

Pijn is niet voor iedereen een geschikt medium om dichter bij het Zelf te komen. Dat heeft niets te maken met psychische gesteldheid, maar met de mate van gevoeligheid van het lichaam voor de stoffen die vrijkomen als reactie. Hoe de pijn wordt toegebracht is ook nog wat: van het eten van hete pepers (eerlijk waar: ook dat brengt endorfines op gang), hardlopen tot het gericht slaan met de vlakke hand of een karwats op specifieke plaatsen. Ik heb het hier alleen over gewenste en gerichte pijn, wat van een totaal andere categorie is dan geweld, chronisch ziek of andere vormen van ongewenste marteling. Het is in deze zin tijdelijke fysieke pijn die de gever in liefde en vertrouwen geeft aan de ontvanger, in mutual consent.


Ik constateerde dat ik hypergevoelig ben, in zintuigelijke zin. Ik spreek wel eens over ‘mijn gouden draden’ die zijn gespannen tussen mijn sensitieve huid en mijn clitoris. Ik voel álles intens. Emotioneel én fysiek. Bij de minste of geringste zonnestraal heb ik een zonnebril nodig om nog iets te zien. Te lange blootstelling aan lawaai maakt mij verward. In een mensenmenigte die continu tegen mij aanbotst word ik intens moe en kriegel van de interactie. Ik zie veel, denk alles, zuig alles op en ervaar intensief. Deze hypergevoeligheid is reëel en bestaat echt. Het maakt dat mijn lichaam zich continu wapent tegen overprikkeling en ik daarom – letterlijk fysiek – continu verdovende stoffen aanmaak zodra ik me in het openbaar begeef. In de stilte en het donker kom ik tot rust, als ik alleen ben. Maar dan speelt ook het verlangen naar pijn op. Of beter: het verlangen naar endorfine en dopamine. Ik ben, geef ik toe, verslaafd aan mijzelf. Gevoed door mijn fysieke verslaving en getriggerd door emoties verlang ik met tijd en wijle naar Lustige Pijn. Ik heb hier geen wetenschappelijke wapenfeiten voor, maar toch ben ik er van overtuigd dat het zo is.

In pijn kan ik me mijzelf soms voelen ontstijgen. Alsof ik ‘high’ ben. In verschillende passages in mijn boeken De Lustkronieken, lees je dat ook terugkomen. De hoofdpersonages worden zich zeer bewust van het eigen lichaam, alsof de erogene zones zich niet meer beperken tot de bekende plekjes, maar zelfs de ziel een erogene zone wordt. Onlangs schreef ik een nieuw verhaal voor Lustkronieken 3 met de volgende passage, die precies onder woorden brengt hoe dat werkt:

‘Méér – klatsch – alstublieft, méér – klatsch klets – deze kant ook, toe, ik smeek u – klatsch klets klatsch. Ik kon de woorden niet meer spreken, maar mijn ziel schreeuwde om méér. Sir sloeg zo hard als hij zelf kon verdragen op dat moment. Ik kronkelde, niet van pijn maar van puur genot. Ik wist rationeel dat het pijn was wat ik voelde, maar ik ervaarde puur genot en wellust. Iedere slag stimuleerde mijn samentrekkende clitoris, mijn hele lichaam was een één grote erogene zone verworden. Ik was kletsnat en gelukkig. Ik voelde mij heel, eindelijk héél. Het was net of ik even van deze aarde verdwenen was en vrij kon zweven door het Universum. Vrij.’

Pijn dus. Pijn als Lustmeditatie. Ligt het aan het feit dat ik zo sensitief ben? Dat ik verslaafd ben aan endorfine en dopamine? Ik heb er geen officieel antwoord op. Feit blijft, dat ik, niet continu - niet iedere dag - maar in de juiste mate en regelmaat gedoseerd - pijn benut om een dieper level van genot te kunnen bereiken. 


Desalniettemin: ik hou ook van knuffelen!

Commentaar schrijven

Commentaren: 3
  • #1

    Rolf van der Leest (woensdag, 25 november 2015 12:34)

    Een waar genot om zo over pijn te mogen lezen.
    Een gave om het zo intiem en transparant te kunnen schrijven.
    Een feest om de gouden draden weer terug te zien.

    Succes met deel 3, Rolf van der Leest

  • #2

    nelly (donderdag, 26 november 2015 19:14)


    ik heb met belangstelling je verhaal gelezen. het stemt mij tot nadenken over pijn en lust. toch, voor mij is dat een wereld te ver. als ik me hierin laat gaan voel ik mijn verkrachter weer, kan me niet voorstellen dat dit op een geheel gelijkwaardige manier kan plaatsvinden.

  • #3

    Allexandro (dinsdag, 14 juni 2016 01:04)

    Dit is de pure kunst van het liefhebben op hoog niveau.