Sprookjes bestaan

Onlangs geraakten Lustgenoot en ikzelve verzeild op een waar kasteel tijdens een ongerichte zwerftocht. Dat is heus waar, er bestaan nog Echte Kastelen in onze Lage Landen. Ik ben gek op kastelen, gezien mijn iets meer dan gemiddelde interesse in geschiedenis. Geschiedenis heeft iets heel romantisch, vind ik, al ben ik in mijn eigen geschiedenis wel wat romantiek kwijtgeraakt.  

Het feit wil, dat zowel Lustgenoot als schrijfster dezes tot de tamelijk Creatieve Mensenkinderen behoren. En voor creativiteit is toch op zijn minst wat fantasie nodig, meen ik te weten. Het is dan ook niet verwonderlijk, allebei behept met de meest vreemdsoortige gedachtenkronkels, dat we voor we het wisten in een soort fantasiereisje belandden - een mengsel van nostalgisch heden en sprookjesachtig verleden.

Want zo een kasteel heeft romantische tuinen hoor, met tot de verbeelding sprekende grote trappen, tochtige torentjes, broeierige bedsteden en, oooohhhhww: een kerker! In dit geval was de kerker gelegen in een torentje, met een smal laag trapje dat naar de duistere onderwereld leidde. Kijk, dat is natuurlijk vragen om problemen met menschenkinderen zoals wij.
Het was een ongezegde en onontkoombare wet, dat wij als magneten naar dat trappetje werden getrokken en even in de cel plaatsnamen. Zelfs de grote stenen bal-aan-de-ketting lag nog illustratief in de vierkante meter donkere cel. Toen ik op het harde ruwhouten bankje ging zitten, werd mijn brein gelanceerd naar vroeger tijden. Van slepende jurken, lange leren mannenlaarzen, pruikende gravinnen met gebochelde potente stalknechten en hardvochtige baronnen met verleidelijke korsettende keukenmeiden.  Ik stelde me even voor hoe de dief van een homp brood hier opgesloten zat, met slechts watergruwel, een stelende rat en een open latrine als gezelschap. Of wat dacht u van de onaangepaste wulpse vrouwen, die als heks hun lot afwachtten: verdrinken (dan was je het niet) of verbranden (dan was je het wel). Als ik toen geboren was…


Mijn verbeelding ging volledig met me aan de haal, toen ik voor de grap even de zware roestige ijzeren ketting om mijn enkel deed.  Laat ik voorop stellen dat het bepaald geen fantasiereisje geweest zal zijn voor de arme zielen die hier ooit opgesloten zaten. Voornoemde Lustgenoot en de Lustige Schrijfster echter, zagen in een snel gedeeld scenario direct een veel leuker sprookje voor ons. 

Kent u het sprookje Blauwbaard van Charles Perrault? De bruut die zijn vrouwen als godin behandelde tot ze in de kelder keken en hij ze vermoordde en verstopte in diezelfde kelder? Eén van zijn deernes lukte het, ondanks het spieken en het ontdekken van Zijn Geheim, aan hem te ontsnappen door de hulp van haar zuster en haar broers. De legende-moraal wil dat Blauwbaard een zakenman was, en de vrouwen werden afgestraft voor hun zondige ongehoorzaamheid. 


In de tijd dat ik zelf jongedame was, behoorde Blauwbaard tot een van mijn meest favoriete sprookjes (naast Sandokan dan).  Ik stelde hem echter niet voor als zakenman, maar als Piraat die op strooptocht gaat. De dame in kwestie blijft in smachtend verlangen achter en verkeert later in sidderende angst omdat ze ongehoorzaam is geweest. Haar zuster laat ze op de uitkijk staan om haar broers te spotten die haar moeten komen redden (Anna, Anna, ziet gij hen reeds komen?). Blauwbaard ondertussen roept haar onder aan de torentrap naar beneden te komen om te worden gestraft (in mijn jeugdige onschuld ‘gewoon’ straffen met een zweep, niet vermoorden).

Honderdmaal herbedacht ik dit sprookje, in duizend varianten, me naar de jaren vorderden steeds bewuster wordend van de ongewoonheid van deze fantasie voor een jonge deerne als ikzelf dan. 

En, naar de ontluikende Lusten evenredig toenamen met de puberhormonen, in steeds meer geile varianten zal ik bekennen.
Van knallende karwatsen, blauwbaardige woeste piraten, smachtend opgesloten deernes met opbollende borsten in knellende korsetten, in afwachting van de straffe hand van The Man himself, die om het te straffen lichaamsonderdeel te ontbloten bruut haar de kleren van het lijf scheurt.
Brrrr….Liza Liza, ziet gij hem reeds komen? Zucht. Van die dingen.
Met mijn zachte derrière op de door knokige billen uitgesleten bank, trok deze hele reeks aan sprookjes aan mijn geestesoog voorbij.


Terwijl ik zo zat weg te zwijmelen nam Lustgenoot ondertussen gewoon een snapshot. Hij is inmiddels welbekend met mijn vreemdsoortige dromen en zeer welwillend deze te beantwoorden met zijn eigen niet minder ranzige fantasietjes in de omgedraaide vorm. 

Op deze doodeenvoudige onschuldige zondagochtend, werd ik heimelijk bijzonder lustvol romantisch. Sprookjes bestaan gewoon nog…het is maar net of je vrij genoeg bent ze te beleven.

Ik vermoed dat ik binnenkort dat Blauwbaard sprookje in alle varianterige heerlijkheid opschrijf. Wat zeg ik? Ik heb de eerste bladzijde al geschreven….stay tuned!

Commentaar schrijven

Commentaren: 1
  • #1

    Rolf van der Leest (dinsdag, 22 september 2015 00:03)

    Prachtige ontluikende gedachten vloeien als rijkelijk stromende liefdessappen uit uw kroontjespen op het maagdelijke perkament, vrouwe Daen.

    Collegiale groet, Rolf van der Leest