Thewa #7: Werelden

De Deur

 

De hele nacht waakte hij over me, zoals hij had beloofd. In de vroege ochtend, toen ik wakker werd op de grond met het dekbed over ons heen, lag hij naar me te kijken. Zijn ogen waren zacht, zijn pik was hard. Als vanzelf vloeiden we weer in elkaar, hoewel de bezetenheid van de nacht was geweken. 

Wat overbleef was tederheid, een nieuwe ervaring voor me. Ik, die thuis was in harde geile sex, waarbij het fysieke grenzeloos reikte en mijn ziel eenzaam vegeteerde. Schaduwman bracht licht op plaatsen die ik zelf niet eens kende.

Ons rulle zuchten ging over in zachte kussen op mijn rug en zijn hand omvatte één van mijn borsten. Zijn tergend strelende vingers masseerden mijn clitoris terwijl hij zijdelings en achterlangs in en uit mij gleed. Ik kon zijn gezicht niet zien, maar ik voelde zijn warmte in mij stromen. Hij was zo dichtbij me, dat hij mijn tranen die hij niet kon zien absorbeerde.  Daarna lagen we heel stil in elkaars armen, woordeloos, alleszeggend. 

Ik waste zijn kleding, droogde die en maakte daarna een groot ontbijt terwijl hij wel een uur of twee in de badkamer bleef. Toen hij weer tevoorschijn kwam leek hij een ander mens. Zonder baard glom zijn huid van mijn bodylotion. Zijn ogen straalden en zelfs de groeven in zijn gezicht, sporen van zijn harde wereld, leken vervaagd te zijn. Ik vond hem prachtig en terwijl we rustig ontbeten, spiegelden onze ogen de woorden die we niet zeiden. Uiteindelijk stond hij op, maakte zich gereed het sneeuwbuiten te betreden en nam mijn gezicht in zijn handen.

‘Ik ga terug naar mijn wereld lieve dame,’ zei hij rustig. Ik knikte, dat had ik wel geweten. 

‘Waar wij geweest zijn vannacht is ons Toverland, waar alleen wij de weg naar toe weten.’ 

‘Vergeet je de weg niet?’ vroeg ik met een kleine stem. Als antwoord kuste hij me.

De weken erna dacht ik met gemengde gevoelens terug aan deze bijzondere nacht. Ik wist zijn naam niet eens en had geen manieren contact met hem te leggen. Ons kleine universum werd steeds kleiner, tot het was gereduceerd tot een zachte warme enclave diep in mijn hart, een herinnering aan een magische wereld. Het leven in mijn eigen wereld ging gewoon door zoals het al heel lang was. In de wintermaanden stond ik in het donker op en liep ik met Heer Z. een half uurtje door het park, diep weggedoken in mijn zware jas. Dan douchte ik, maakte mijn toilet, stapte in mijn auto en werkte tien uur achtereen in een baan die inhoudelijk geen enkele betekenis bood, maar mij als mens houvast gaf.  Na verloop van tijd dacht ik alleen nog maar af en toe aan hem, mijn Schaduwman. 

De minnaars die zo nu en dan passeerden voor ik Schaduwman had ontmoet waren allemaal van het ruige soort. Van het type van de onderstebovenbinnenstebuiten standjes, die me over de tafel legden en me lieten komen tot ik smeekte om genade.  Het was fysiek uitdagend, maar emotioneel kon ik mij niet binden of overgeven. Schaduwman had mij een bevrediging geboden die ik niet eerder had gevoeld of gekend. Een geilheid die boven alle lichamelijkheid was verheven, het was een verlangen van mijn ziel in een ongekende puurheid. Ik had het gevoel dat ik dat zou bezoedelen als ik zou toegeven aan een avondje oppervlakkig klaarkomen en dus had ik sinds het eindejaarsfeest geen seks meer gehad toen de lente aanbrak.

Toch ging het geile verlangen mij parten spelen en ik betrapte me erop dat ik zuchtend voor het raam stond te kijken hoe de lentezon de knoppen deed uitkomen. Misschien hoopte ik wel dat Schaduwman mij zou zien staan, een bloesemknop die op uitbarsten stond. Zijn eenzame vrije wereld en mijn wereld van betekenisloze plichten leken verder van elkaar verwijderd dan ooit. Ik borduurde voort op mijn wereld zoals ik die had gecreëerd en legde me daarbij ontevreden neer.

 

Het vroege licht van de late maart verlichtte die dag mijn melancholie. Ik liep in de ochtend met Heer Z. door het park, hoorde de vogels, rook de frisse bloesem en constateerde opgelucht dat de aarde weer kleur kreeg. Ik keek naar het staartje van Z. boven het struikgewas, toen ik mij ineens realiseerde dat er, verscholen in het achterste struikgewas bij de bomen, een figuur stond. Ik kneep mijn ogen samen en probeerde zijn contouren scherp te krijgen. Het was Schaduwman.

Hij keek naar me. Met kloppend hart liep ik langzaam naar hem toe. Hij stak zijn hand uit, ik legde de mijne erin en hij trok me naar zich toe. 

 

‘Ik wilde je ruiken,’ was zijn enige verklaring. Ik trok hem aan de revers van zijn jas tegen me aan en leunde achterover tegen een boom. Terwijl hij zijn neus over mijn huid liet glijden snoof hij me op. Mijn handen gingen als vanzelf onder zijn openvallende jas naar zijn billen, die heerlijke gespierde billen. Door de herinnering aan zijn pompende bewegingen onder mijn handen, flitste ik in een klap terug naar ons Toverland, ons eindejaarsfeest. Hoe onzichtbaar of onbegaanbaar de weg er naar toe ook had geleken, nu lag die plotseling weer helemaal open vóór me en zonder aarzeling stapte ik gewoon op het zachte zand.

 

Het verlangen nam snel de overhand. Dezelfde bezetenheid van die ene nacht joeg opzwepend over ons heen en stuurde onze handen, onze lippen en onze ademhaling. Binnen een minuut schoven zijn handen onder mijn rok en bracht hij met een stevige greep mijn been omhoog met zijn arm. Ik voelde zijn pik tegen het kruisje van mijn slipje aankloppen en mijn eigen vochtigheid smeekte hem om meer. Ik sloeg mijn been om hem heen en ritste ongeduldig zijn gulp open. Ontroering golfde door me heen toen ik zijn warme rechte roede in mijn handen voelde. In deze wereld  bestond geen tijd, geen verleiding, geen overbodige onzin en geen plicht. Bovenal, in dit kleine universum waarin onze werelden samenkwamen,  leek de eenzaamheid voor even niet te bestaan. In ons Toverland bestond alleen maar het rauwe smachten naar elkaars nabijheid. 

 

Hij drukte me hard tegen de boom, tilde me hoger en duwde zich - met enig zoek- en stuurwerk - tussen mijn openstaande lippen. Ik omsloot hem als een handschoen en ik was me intens bewust hoe vol hij in mij was. In Mij. Hij nam mij diep en hard en intens, met zijn ene hand tegen de boom en de andere mijn billen omvattend. Doordat mijn rok was opgeschort en ergens rond mijn middel hing, schuurde de blote huid van mijn onderrug bij iedere stoot tegen de bobbelige bast van de boom. Het vurige schrijnen dat dit veroorzaakte zette al mijn zintuigen op scherp. Ik kermde en had moeite om te blijven staan. Met mijn bekken naar voren trok ik een zo hol mogelijke rug om zijn harde en onbeheerste stoten op te vangen. Mijn venusheuvel kwam zelfs zo ver naar voren, dat zijn onderbuik tegen mijn buik beukte en ik zo iedere stoot door mijn hele bekken voelde gaan. Het was zo overweldigend opwindend en emotioneel, dat het iedere gewone geilheid oversteeg.  

 

Het was een dierlijke lust, zo kan ik het wel noemen. Instinctief en van alle egards ontdaan gaven we toe aan onze oerdriften en ontmoetten we elkaar als ontblote zielen in het oog van de orkaan. Hij was zoals hij was en nam mij zoals ik ben. Geen contrast, maar pure bevredigende harmonie.

Omdat we buiten in het park stonden, mijn hond nog ergens los rondliep en we zelfs zichtbaar of hoorbaar waren voor het wandelende publiek, smoorden we onze kreten van lust en doken weg in zijn grote jas. De passie was er niet minder om. Op het moment dat hij in mij spoot beet hij zich vast in mijn nek; ik voelde zijn adem, speeksel en kreten tegen mijn huid, als beten van een vampier die mij voor eeuwig zijn metgezellin maakten. Het triggerde mij tot zo’n intensief orgasme dat ik zeker was gevallen als hij niet zijn handen stevig in mijn billen had begraven en me rechtop hield. 

Zijn warme zaad mengde zich met mijn sappen en liep loom langs mijn dijen. Het was pure magie toen we elkaars handen daar tegenkwamen om dit liefdesmengsel te voelen: onze Toverdrank. Alsof we onze sporen wilden opvangen en bewaren.

 

‘Lieve dame...,’ fluisterde hij, ‘ik hou van jou.’ Ik streelde met mijn handen door zijn haar en boorde mijn blik  in zijn heldere, intelligente maar gekwelde ogen.
‘Ik ook van jou, mijn Tovenaar van een Andere Wereld.’ 

‘Die Andere Wereld, die is verdwenen. Vanaf nu woon ik hier,’ was het enige wat hij daarna nog zei, voordat ik hem weer kuste en de deuren van Toverland zich voor ons openden.

Commentaar schrijven

Commentaren: 8
  • #1

    Rolf van der Leest (donderdag, 07 januari 2016 09:52)

    Dame Daen,

    Doorgaans hou ik korte verhalen voor eenmalige thema's, doch hier, in dit bijzonder lustige geval, roept iets in mijn binnenste naar een reeks van zinnenprikkelende verhalen over dit illustere duo, dat onverwacht gered door het Thewa+ thema, hun reis in het oneindige heeft hervat! Chapeau.

    Groeten, Rolf van der Leest

    PS Het trekken aan de revers is zo een beeldende situatie waarin u hunkering haast tastbaar is;)

  • #2

    J.M.Limewood (donderdag, 07 januari 2016 12:41)

    Prachtig!

  • #3

    Fenne van Heemstede (donderdag, 07 januari 2016 14:44)

    Ik schrijf ero, maar lees het zelden. Voor jou maak ik heel erg graag een uitzondering. <3

  • #4

    Thislexy (donderdag, 07 januari 2016 15:23)

    Je schrijft mooier dan ik... Verdomme!

    XXX (op je wangen hè!)
    Lex.

  • #5

    Jor Adam (vrijdag, 08 januari 2016 09:14)

    Liza!
    Onwaarschijnlijk mooi, erotisch en geil, staande ovatie!

  • #6

    luckyman (vrijdag, 08 januari 2016 23:01)

    Bijna sprookjesachtig van sfeer en toch komt alles heel geloofwaardig en natuurlijk over. Je enthousiaste schrijfstijl nam me direct mee in het verhaal.

  • #7

    Antoinette (zondag, 17 januari 2016 21:10)

    Oh Liza, dit is zo ontzettend mooi, zo lief, zo teder, zo geil! Please, ga door met het verhaal van deze twee prachtige mensen! Je hebt een juweeltje in hand!

  • #8

    Nannon (zondag, 24 januari 2016 00:50)

    Zucht, enorm zinnenprikkelend ja thanX